Witgekalkt graf

Ik herinner me
een zomerlang perfecte picknickdagen
verpest door een oorlog
die hoogstens een paar maanden zou duren

Britannia had mij nodig
zo dacht ik dan
en ik vertrok uit liefde voor de groene weiden
van mijn goddelijke vaderland

naïef met de menigte zocht ik de eer
om mijn land, mijn Koning te dienen
even wat spanning, een avontuur
gauw, want de kerst zat er aan te komen

de duivelse fabrieken waren toch een hemel op aarde
vergeleken met de taferelen waar ik liever geen woord aan zou willen wijden
mannen vastgelopen in prikkeldraad als dwarse schapen
en genadeloos afgeslacht
tenminste konden zij hun gezichten niet meer in de plooi houden
eindelijk gaven zij hun emoties eerlijk weer

Kitchener zei geen woord hierover
toen hij ons massaal in dit doolhof lokte
met zijn patriottische bullshit
gevoed door zijn krijgstochten in Afrika

vader vergeef mij
dat ik met elke brief naar huis
zweeg over hoe het echt met me ging
omwille van de oorlogsvoering
God save the King


ik wou dat je het wist
dat ik herhaaldelijk de loopgraaf werd uitgestuurd
rennend, half blind, half doof
niet wetend waar, maar vooruit
hopend dat ik niet struikelde
niet tegen het prikkeldraad liep
dat ik mijn gasmasker op tijd aankon
en dan godzijdank weer de volgende loopgraaf in

keer op keer
voerde ik deze waanzinnige exercitie uit
zodat onze levende hel stapvoets vooruit kon gaan
zuur betaald door jongenslevens

koester moeder je troosteloze onwetendheid
over hoe het mij destijds verging
het was zeker niet zoals je toch hoopte
een eervolle opoffering

verloochend door de vaderlandsliefde
aan wie ik mij ooit mijn trouw zwoer
rende ik een laatste keer als kanonnenvoer
en plots –
kwam ik mijn eeuwige verdoemenis tegen

een gesneuvelde zonder naam

© Dave Thomas 2018